Nederlands English Deutsch
Home
+ Collectie
Oorbellen
Colliers
Armbanden
Ringen
Sets
Specials
Foto's
Trouwen
Heren
Agenda/Expo
Media
Over MOYA
Locatie
Contact
Dealers
Gastenboek
Links
Nieuwsbrief
VAN DER LAAG
MOYA @ Edelmetaal November 2009
MOYA @ Edelmetaal November 2009

Eline van der Laag en Nadine Kieft: goudsmeden die hard aan de weg timmeren

‘Wees trots op je werk en durf het te tonen – overal waar je maar kunt!’

Als goudsmeden niet alleen je werk, maar echt je grote passie is, dan zul je er alles aan doen om dagelijks achter de werkbank te kunnen zitten en daar ook van te kunnen leven. Eline van der Laag en Nadine Kieft zijn van de goudsmeden die van hun werk hun levensvervulling maken. Eline is inmiddels ruim zeven jaar bezig, Nadine een paar jaar korter. Niet heel lang dus, maar toch kom je henzelf, hun werk en hun naam voortdurend tegen; ze timmeren dus blijkbaar goed aan de weg. Edelmetaal ging met de dames in gesprek om erachter te komen hoe ze dat doen.

Ellen de Vries

Het gesprek vindt plaats in het ruimte atelier-met-winkel dat Eline momenteel deelt met twee collega-goudsmeden. Het is gevestigd in de Weteringbuurt in Amsterdam, net even buiten het centrum, maar nog wel midden tussen de typisch Amsterdamse geveltjes. Hier is ook Nadine naartoe gekomen. Zij heeft nog geen eigen atelier, maar huurt een werkplek in het ruime atelier van een bevriend styliste, bij haar in de straat nota bene. Binnenkort komt er nog zo’n atelier vrij, dan hoopt ze daar naartoe te verhuizen. Deze ateliers meten maar liefst tachtig vierkante meter en worden gesubsidieerd.

Tip 1: leer de weg kennen in subsidie- en uitkeringenland
Sowieso blijkt Nadine de weg te kennen in subsidie- en uitkeringenland. Niet alleen zocht ze direct uit hoe ze aan gesubsidieerde atelierruimte kon komen zodra ze hier lucht van kreeg, ook maakte ze kort nadat ze voor zichzelf was begonnen gebruik van de WWIK, de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars waarover Edelmetaal afgelopen mei uitgebreid berichtte. Deze wet voorziet in uitkeringen aan kunstenaars met een inkomen onder het sociaal minimum, zodat zij een eigen bedrijf kunnen opbouwen.

Tip 2: neem deel aan evenementen
Nadine genoot maar een jaar van de WWIK; toen ging ze op haar eerste grote beurs staan, de Country Fair in Doorn, en verdiende ze daar zoveel dat ze het verder zelf kon rooien. Deze beurs had ze enerzijds gekozen omdat het bedrijf waar ze tijdens haar opleiding stage had gelopen, er ook stond. Anderzijds houdt ze sinds jaar en dag collega-goudsmeden in de gaten van wie zij vindt dat ze het goed doen, bijvoorbeeld door hun websites regelmatig te lezen. Een aantal van hen bleek ook op deze beurs te staan – een aanmoediging voor Nadine.
Ook voor deze beurs kon de startende goudsmid een subsidie krijgen speciaal voor ambachtslieden, van een stichting genaamd Eerlijke Heerlijkheid. Nadine: “Mijn countrysieraden stonden op alle posters en op de uitnodigingen, dus iedereen had ze van tevoren al gezien. En juist thema’s als herten en bos, die ik veelvuldig gebruik, sloegen enorm aan. Ik heb daar echt mijn publiek gevonden!”

Tip 3: onderhoud je klantenbestand
Zowel Nadine als Eline benadrukken het belang van een goed contact met dat ‘eigen publiek’: je klanten, maar zeker ook je potentiële klanten. Eline, die al heel veel ervaring heeft opgedaan op verschillende vak- en consumentenbeurzen in binnen- en buitenland: “Je kunt na afloop van een beurs nooit zeggen hoe succesvol (of niet) die eigenlijk was. Het komt voor dat mensen maanden of zelfs jaren later nog met je kaartje in hun hand binnenlopen en zeggen: ‘We zijn nu 25 jaar getrouwd, nu wil ik een mooi sieraad bij je kopen.’ Zoiets is mij nu al regelmatig overkomen.”

Klanten die hun contactgegevens willen achterlaten, of dat nu in de winkel (Eline), via de webwinkel (Nadine) of op een evenement is, worden door beide dames regelmatig benaderd, echter zonder opdringerigheid. Voor iedere beurs waarop ze staan, nodigen de goudsmeden bijvoorbeeld hun vaste klanten uit, wat vaak zeer op prijs wordt gesteld.
Eline stuurt daarnaast met name digitale nieuwsbrieven, waarin ze onder andere uiteenzet waar ze allemaal mee bezig is. Nadine doet ook mailings uit in de vorm van ansichtkaarten. En als ze bestellingen verstuurt die on line zijn binnengekomen (nu gemiddeld twee per maand, met uitschieters naar zeven, acht), doet ze daar ook altijd een persoonlijk kaartje bij.

Tip 4: benader zelf actief de pers
Naast hun klantcontacten onderhouden Eline en Nadine ook hun perscontacten nauwgezet. Niet voor niets zijn beiden al een aantal malen verschenen in grote landelijke kranten en/of tijdschriften, ofwel met een interview, ofwel met hun werk. Nadine stuurt bijvoorbeeld regelmatig een persmap op naar verschillende redacties, met een persbericht, een cd en een uitdraai van de foto’s die hierop staan, zodat de journalisten direct kunnen zien hoe haar werk eruitziet, zelfs zonder de cd in de lade te schuiven. “Zeker tegenwoordig, nu er op redacties fors bezuinigd wordt, zijn journalisten blij als ze goed materiaal aangeleverd krijgen”, is haar ervaring. “Dat kunnen ze zo één op één plaatsen; lekker makkelijk.”

Eline laat het de pers ook vooral weten als ze betrokken is bij bijzondere evenementen, zoals
de talrijke Awards die ze al ontworpen heeft, variërend van een belangrijke jazzprijs (de IJAZZ Awards) tot een Comedyring die ze maakte voor Raoul Heertje, en van de prijen voor het Latin American Film Festival tot een ketting voor de Nachtburgemeester van Amsterdam. Meestal leidt ook dat wel tot gratis publiciteit. “Zet al dat soort bijzondere werkstukken ook vooral op je website.

Beide goudsmeden lenen desgewenst ook sieraden uit aan redacties, bijvoorbeeld voor fotoshoots. Uiteraard altijd met naamsvermelding, en dat levert eigenlijk altijd wel weer klanten op.

Tip 5: leg (in het begin) werk neer bij winkels, galeries, de kunstuitleen en musea
Ook het neerleggen van werkstukken bij diverse verkooppunten in het hele land (of zelfs daarbuiten) zorgt voor naamsbekendheid, zo luidt de ervaring van beide dames. Zeker Nadine werkt nog relatief veel met externe verkooppunten, omdat ze zelf nog geen eigen winkel heeft, maar Elines werk ligt ook op andere plekken dan alleen haar eigen zaak.
Eline: “Natuurlijk is dat een investering, want veel verkooppunten willen je werk alleen in consignatie hebben. Ik moet zeggen: daar ben ik tegenwoordig steeds selectiever in, want dat kan ik inmiddels gelukkig zijn. Ik sluit nu vaker de deal dat winkels mijn werk kopen, maar dat ik ze omruilgarantie bied. Dan delen we het financiële ‘risico’ eerlijker. Zeker nu ik alleen nog in 18-karaats goud werk, kan ik niet zomaar werk overal neerleggen. Ik heb nu al een voorraad ter waarde van een paar leuke auto’s. Nee, als mensen een winkel willen en daar graag stukken van mijn hand hebben liggen, dan hoef ik dat niet integraal te financieren, vind ik.”
Nadine: “Ik ben het aantal winkels ook aan het afbouwen, maar mijn werk is vooral zilver, dus dat is wel redelijk makkelijk voor te schieten.”

Tip 6: durf jezelf te verkopen
De dames benaderen bijna alle verkooppunten waar hun werk ligt, zelf, vaak per mail of telefoon. Eline: “Veel goudsmeden durven niet goed naar buiten te treden met hun werk, dus die vinden dat griezelig. Maar pak gewoon die telefoon; je bent toch trots op wat je maakt? Verkoop jezelf! Ik heb ooit een presentatie gegeven tijdens de Museumnacht in museum Boijmans van Beuningen. Daar was ik via-via voor gevraagd. Toen zag ik dat daar in de museumwinkel ook sieraden lagen. Ik heb de volgende dag meteen gebeld. Degene die ik aan de telefoon kreeg, zei aanvankelijk dat ze al voorzien waren, maar dan benadruk ik dus gewoon dat míjn sieraden echt heel anders zijn, en heel bijzonder. Vervolgens mocht ik tóch langskomen en hebben ze een aantal stukken opgenomen.”
Naast Boijmans van Beuningen heeft ook het Stedelijk Museum in Amsterdam op deze manier stukken van Eline liggen. Nadine werd op haar beurt benaderd, en niet door het minste museum: de gloednieuwe Hermitage in Amsterdam. De inkoopster had haar werk gevonden op de website van SIERAAD, waaraan ze de afgelopen twee jaar deelnam, en vond het uitstekend passen bij de huidige expositie. De Hermitage kocht in, weliswaar met teruggeefgarantie, maar toch in hard cash. De sieraden, die tussen de € 135 en € 600 kosten, lopen vooralsnog redelijk goed. Eline: “In de meeste museumwinkels verkoop je stukken tussen de € 50 en € 100 het makkelijkst.”

Sinds Nadine afgelopen zomer op de Modefabriek stond, in een combinatiestand van jonge ontwerpers geïnitieerd door de Fashion Gids Amsterdam waar ze in staat(!), heeft ze ook een modewinkel als klant. “Die denken niet eens aan consignatie, die kopen gewoon in”, heeft ze er geleerd. Dat is namelijk in die branche gebruikelijk.”

Tip 7: hanteer je eigen marges
In sieradenland wordt echter meestal niet meteen ingekocht. En een heikel punt als je sieraden op verkooppunten van derden legt, is natuurlijk altijd de marge die je zelf nog krijgt. Eline is daar heel helrder in: “Ik weet wat ík eraan over wil houden en daar zit geen onderhandelingsruimte in. Anders kan iedereen wel winkeltje gaan spelen met mijn mooie spullen. Nee hoor, dat bewaak ik heel goed. Ook als ik soms financieel even hartstikke krap zit, dan weersta ik toch de verleiding om onder mijn eigen tarief te gaan werken. Zo’n vetpot is het vaak al niet!”
Nadine: “Ik ben ietsje soepeler, maar ik zie het dan ook vooral als publiciteit om mijn stukken ergens neer te mogen leggen. Bovendien kan ik er nog zo ongelooflijk van genieten als ik mijn werk zie liggen bij een bekende galerie of zo.”
Eline: “Het is natuurlijk ook publiciteit, en ja: het vergroot je naamsbekendheid. Doordát je werk zichtbaar is, word je vanzelf ook benaderd voor andere dingen. Dat heb ik zelf ervaren toen ik via de Inhorgenta werk had mogen neerleggen bij Stuart More, in zijn drie vooraanstaande galeries in New York, San Francisco en Newport Beach. Dat was niet alleen een enorme kick, het heeft ook deuren voor me geopend in Australië, waar ik inmiddels ook al een eigen expositie heb gehad en waar mijn werk nu op twee punten in Sydney te koop is.”
Nadine: “Ja, het is een sneeuwbaleffect, dat begin ik ook te merken. En dat is ons trouwens ook geleerd tijdens het coachingstraject dat je als jonge kunstenaars krijgt via de WWIK.”
Eline: “Met name in het begin ben je eigenlijk voortdurend aan het zaaien, via allerlei verschillende circuits. Tot en met verjaardagsfeestjes aan toe: ik vraag altijd aan mensen wat zij doen, ik vertel wat ik doe... wie weet kunnen we iets samen doen of anderszins iets voor elkaar betekenen!”

Tip 8: herinvesteer je verdiensten in je startende bedrijf
Eline en Nadine herinvesteren eigenlijk alles wat ze verdienen vooralsnog in hun eigen bedrijf. Dat is namelijk de enige manier om dit op te bouwen als je geen grote bedragen wilt lenen (nog los van de vraag of banken erg happig zijn om startende goudsmeden te financieren). “Als je geen passie voor het vak hebt, en niet heel zeker weet dat je dáár je levenswerk van wilt maken, zal het best lastig zijn”, verwacht Eline. “Want ik denk dat iedere beginnende goudsmid door een financieel dal gaat, en zonder de zekerheid dat je er ooit uit zult kunnen komen. Dat moet je er wel voor over willen hebben. Ik ben bijvoorbeeld in het begin jaren achter elkaar niet met vakantie gegaan; het is zelfs wel voorgekomen dat ik mijn huur niet meer kon betalen en weer bij mijn ouders moest gaan wonen. Maar ik heb wél de luxe dat ik de hele dag bezig kan zijn met wat ik het liefste wil, en dat is me veel meer waard dan geld. Het leven gaat niet om geld.”
Nadine: “Het is hard werken, vooral in het begin. Desnoods avond aan avond achter de werkbank. Maar ik vind dat niet vervelend; dat deed ik op de Vakschool al.”
Eline: “Mensen die alleen de foto’s zien van mij met Stevie Wonder, of die horen dat mijn werk bij vooraanstaande galeries in New York en Australië ligt, zeggen soms: ‘Nou nou, het is jou wel aan komen waaien, hè?’ Nou, echt niet hoor! Het is heel hard buffelen!”

Tip 9: blijf innoveren
Naast alle activiteiten die de dames ontplooien om hun werk onder de aandacht te brengen en te houden en om hun collecties financieel op peil te kunnen houden, is het natuurlijk heel belangrijk om daarbij de kunstzinnige kant van de sieraden centraal te laten staan. Eline: “Je kunt nog zoveel publiciteit zoeken, als je producten niet onderscheidend zijn, gaat het je niets opleveren. Dus moet je voortdurend blijven innoveren. Eigenlijk moet je op elke beurs waar je staat ten minste één nieuw stuk hebben liggen, bij voorkeur een nieuwe lijn. Overigens vind ik het leuke aan consumentenbeurzen, zoals SIERAAD en Juwelen in het Amstel, dat je daar direct feedback krijgt van je mogelijke klanten. Jijzelf hebt bepaalde stukken dan al zo vaak gezien dat je er de bijzonderheid nauwelijks nog van inziet, maar voor hen is het helemaal nieuw. Dat is heel leuk, om dan de reacties te horen. En ja, vooral op SIERAAD komen veel hobbyisten en collega-goudsmeden, die dan vooral willen weten hoe je de dingen toch technisch voor elkaar krijgt. Maar dat is natuurlijk het geheim van de smid!”
Nadine: “Ik heb twee keer op SIERAAD gestaan en ik heb zowel wat perscontacten opgedaan als de inkoopster van de Hermitage getroffen die mij op de site vond, maar ik stop ermee. Het levert mij toch niet voldoende op. Ik ga nu eens Het Juweel proberen, met twee collega-goudsmeden die weliswaar ánder werk maken dan ik, maar wel bij elkaar passend. Ik ken hen van de Country Fair en zij denken er hetzelfde over als ik: je bent niet elkaars concurrenten. Je maakt allemaal werk in je eigen stijl en klanten vinden vaak óf het ene, óf het andere het mooist. Dus je kunt gerust samen een stand delen.”
Eline: “Eigenlijk vind ik dat er niet echt meer een beurs is voor goudsmeden die werk maken in het hogere segment. En dat is heel jammer! Op SIERAAD overheersen toch de ‘kunstenaars’, niet zozeer de edelsmeden, en er staan inmiddels mensen met sjaaltjes van een tientje tussen, terwijl edelsmeden van het kaliber van Marc de Regt en Jan van Nouhuys zich heeft teruggetrokken. Aan de andere kant staan op Juwelen in het Amstel, waar ik de afgelopen keer aan deelnam, vooral grote juweliershuizen en -merken. Dus dat is ook niet wat ik zoek...”
Nadine: “Ja, dat heb ik ook wel opgemerkt in het Amstel..., maar wij gaan in Zeist laten zien dat het ook anders kan. We gaan er met z’n drieën een spetterende presentatie van maken!”

Tip 10: heb geduld...
De laatste tip van Eline en Nadine is misschien wel de moeilijkste: de resultaten van alle pogingen om jezelf en je sieraden onder de aandacht te brengen, laten vaak even op zich wachten. Het is dus zaak geduld te hebben...
“Het komt wel, maar vaak niet meteen nu”, weet Eline uit ervaring. “En vaak ook nog uit onverwachte hoek”, voegt Nadine toe. “Ik heb wel eens een persmap naar vijftien redacties gestuurd en toen werd ik gebeld door een heel ander blad, dat ik niet had benaderd.”
Eline: “Het gaat erom dat je blijft geloven in je eigen zaak. Tegenslagen heb je allemaal, maar daar kun je altijd veel van leren.”
Nadine: “Ja, dat leerden wij ook in die WWIK-training: analyseer wat er mis ging, zodat je precies weet welke ‘fout’ je gemaakt hebt. Dan maak je die in elk geval nooit meer!

Voor meer informatie: www.moya.nl (Eline), www.nadinekieft.nl, www.szw.nl (Uitkeringen, Kunstenaars, Wet werk en inkomen kunstenaars)


[Bijschrift:] Eline van der Laag en Nadine Kieft: “Pak gewoon die telefoon; je bent toch trots op wat je maakt?” Foto: Suzanne Dorrestein


www.FGZ.nl

Terug